ECLI:NL:GHAMS:2012:BW2981
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- E.A.G. van der Ouderaa
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vergoeding voor uitzenden opname als resultaat uit overige werkzaamheden
Belanghebbende werkte in 1998 als zangeres mee aan een proefopname die een jaar later zonder winstoogmerk werd gebruikt in een commercial. In 2004 sloot zij een exploitatieovereenkomst met SENA, die de inning en verdeling van vergoedingen voor uitvoerende kunstenaars verzorgt. In 2006 ontving zij een vergoeding van € 8.498 van SENA.
De inspecteur corrigeerde de aangifte van belanghebbende door deze vergoeding als inkomen uit overige werkzaamheden aan te merken en berekende daarop aanslagen IB/PVV en ZVW. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het sluiten van de overeenkomst met SENA en het ontvangen van de vergoeding een werkzaamheid in de zin van artikel 3.90 Wet IB 2001 opleverde.
In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof oordeelde dat door de toestemming voor gebruik van de opname in een commercial en het sluiten van de overeenkomst met SENA, belanghebbende haar eerdere privé-activiteit op de markt bracht met het oogmerk en de redelijke verwachting van voordeel. Daarmee kwalificeert de vergoeding als resultaat uit overige werkzaamheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De vergoeding van € 8.498 uit 2006 is terecht als resultaat uit overige werkzaamheden belast en de aanslagen worden gehandhaafd.