ECLI:NL:GHAMS:2012:BW2988
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning met waardedrukkende omstandigheid asbest
Belanghebbende is vruchtgebruiker van een woning waarvan de waarde voor de WOZ-heffing 2008 was vastgesteld op €705.000. De heffingsambtenaar had de waarde bepaald zonder voldoende rekening te houden met de aanwezigheid van asbesthoudend isolatiemateriaal in de woning.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank en het Gerechtshof ’s-Gravenhage, waarbij de waarde werd bevestigd, stelde de Hoge Raad het beroep in cassatie gegrond en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam. Het hof onderzocht of de waardedrukkende omstandigheid van asbest was meegenomen in de waardebepaling.
Belanghebbende overlegde een deskundigenrapport waaruit bleek dat de leidingisolatie asbesthoudend is en dat de saneringskosten circa €29.000 bedragen. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hiermee rekening was gehouden. De waarde werd daarom verlaagd naar €685.000, waarbij een waardedruk van €20.000 werd toegepast, omdat geen acute saneringsnoodzaak bestond.
Het hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten van €2.116 en griffierechten van €149. De uitspraak werd openbaar gedaan op 2 februari 2012.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €685.000 vanwege de waardedrukkende aanwezigheid van asbest, met vermindering van de aanslag en vergoeding van proceskosten.