ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4381
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.J.G. van Amsterdam
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging navorderingsaanslag loonbelasting rekening-courantschuld 2005
Belanghebbende was directeur van een BV waarvan de aandelen op naam stonden van zijn dochter. In 2005 nam de rekening-courantschuld van de BV aan de aandeelhouder toe van €20.000 naar €100.000. Dit werd door de inspecteur als loon aangemerkt en leidde tot een navorderingsaanslag van €80.000 aan belastbaar inkomen.
Belanghebbende voerde aan dat de schuld was afgekocht met finale kwijting en dat de curator de schuld niet als loon had beschouwd. Het Hof oordeelde dat de wijze van verwerking in de boekhouding en de curator's zienswijze niet relevant zijn voor de fiscale kwalificatie. De inspecteur had een redelijke schatting gemaakt en de bewijslast lag bij belanghebbende om het tegendeel aan te tonen.
Omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de navorderingsaanslag onjuist was, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag van €80.000 als loon wordt bevestigd.