ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4790
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over berekening vaste toeslag en grondslag arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever, ABN AMRO Bank, over de vraag of de Tijdelijke Toeslag Langere Arbeid (TTLA) moet worden beschouwd als een vaste toeslag die moet worden meegenomen bij de berekening van het pensioengevend salaris en de grondslag van aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
De werknemer was sinds 1971 in dienst en werd in 2003 arbeidsongeschikt. De cao bepaalde dat bij arbeidsongeschiktheid het salaris inclusief vaste toeslagen doorbetaald wordt. De Bank had aanvullende verzekeringen afgesloten die uitkeringen baseren op het salaris inclusief vaste toeslagen. De werknemer stelde dat de TTLA, die hij ontving vanwege een 40-urige werkweek, als vaste toeslag moest worden meegeteld. De Bank betwistte dit en stelde dat de TTLA een tijdelijke toeslag was waarvoor jaarlijks een aanvraag moest worden gedaan.
De kantonrechter oordeelde dat de TTLA als vaste toeslag moest worden beschouwd tot en met 31 december 2005 en veroordeelde de Bank tot betaling van achterstallige bedragen. Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat de werknemer recht had op doorbetaling van de TTLA als vaste toeslag gedurende het tweede ziektejaar, omdat zijn arbeidsduurcontractueel was vastgelegd op 40 uur per week. De Bank had onvoldoende bewijs geleverd dat de TTLA voor deze werknemer tijdelijk was of jaarlijks aangevraagd moest worden.
Het hof wees de meeste vorderingen van de werknemer toe, behalve de buitengerechtelijke kosten en bepaalde vorderingen die nog niet opeisbaar waren, waarvoor het hof partijen gelegenheid gaf tot nadere onderbouwing. Het arrest werd op 17 april 2012 uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de TTLA als vaste toeslag moet worden meegerekend bij de berekening van het pensioengevend salaris en de aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen tot en met 31 december 2005 en wijst de meeste vorderingen van de werknemer toe.