ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4813
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Gonggrijp-van Mourik
- N.F. van Manen
- H.A. Holthuis
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens toepassing Wet Openbare Manifestaties op niet-opvolgen aanwijzing tijdens betoging
Op 6 december 2008 vond in Amsterdam een betoging plaats onder de naam "Schreeuw om Leven". De verdachte maakte deel uit van een tegenbetoging die door de gemeente werd gedoogd. Tijdens deze manifestaties gaf de politie aanwijzingen om de orde te bewaren, waaronder een bevel aan de verdachte om zich te verwijderen omdat zij de betoging hinderde. De verdachte gaf hieraan geen gehoor en werd daarop aangehouden.
De tenlastelegging was aanvankelijk gebaseerd op artikel 2.2 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Amsterdam, maar tijdens de procedure werd duidelijk dat de aanwijzingen krachtens artikel 6 van Pro de Wet Openbare Manifestaties (WOM) waren gegeven. Het hof oordeelde dat de bevoegdheid tot het geven van deze aanwijzingen door de burgemeester aan politieambtenaren was gemandateerd. Het niet opvolgen van deze aanwijzingen is strafbaar gesteld in artikel 11 lid 1 onder Pro b WOM, een geprivilegieerde specialis ten opzichte van artikel 184 Sr Pro.
Het hof concludeerde dat het feit niet kwalificeert als overtreding van artikel 184 Sr Pro en dat de verdachte daarom van alle rechtsvervolging moet worden ontslagen. De dagvaarding werd niet nietig verklaard, aangezien de verdachte zich voldoende kon verdedigen tegen de gewijzigde kwalificatie. Het arrest benadrukt het belang van de vrijheid van betoging en de wettelijke kaders die daaraan verbonden zijn.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens toepassing Wet Openbare Manifestaties in plaats van artikel 184 Sr.