ECLI:NL:GHAMS:2012:BW5563
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring vernietiging effectenleaseovereenkomst wegens ontbrekende toestemming echtgenoot
In deze zaak staat centraal de vraag of de bevoegdheid van [Appellante] tot vernietiging van een effectenleaseovereenkomst (leaseovereenkomst II) wegens het ontbreken van haar toestemming is verjaard. [X], haar echtgenoot, heeft twee leaseovereenkomsten gesloten zonder haar schriftelijke toestemming, terwijl dit krachtens artikel 1:88 BW Pro vereist was. De kantonrechter wees de vorderingen van [Appellante] toe voor leaseovereenkomst I, maar wees die af voor leaseovereenkomst II wegens verjaring.
Het hof bevestigt dat de verjaringstermijn drie jaar bedraagt en begint te lopen vanaf het moment dat de echtgenoot daadwerkelijk bekend is geworden met het bestaan van de overeenkomst. Dexia stelde dat [Appellante] meer dan drie jaar voor haar vernietigingspoging bekend was met leaseovereenkomst II, omdat betalingen vanaf een gezamenlijke bankrekening plaatsvonden waarvan zij mede rekeninghouder was en de bankafschriften aan haar werden gericht.
[Appellante] betwistte dit en bood bewijs aan dat zij niet bekend was met de overeenkomst meer dan drie jaar voor haar vernietigingspoging. Het hof oordeelt dat dit tegenbewijs niet mag worden gepasseerd en staat haar toe dit te leveren door middel van getuigenverhoor. Voor leaseovereenkomst I faalt het beroep van Dexia op verjaring omdat zij geen bewijs heeft geleverd van bekendheid van [Appellante] met die overeenkomst meer dan drie jaar voor de vernietiging.
Het hof bepaalt een datum voor het getuigenverhoor en houdt verdere beslissing aan totdat het tegenbewijs is geleverd. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van de verjaringstermijn bij vernietiging van overeenkomsten zonder vereiste toestemming van de echtgenoot en benadrukt het belang van bewijslevering door partijen.
Uitkomst: Het hof staat [Appellante] toe tegenbewijs te leveren tegen het vermoeden van bekendheid met leaseovereenkomst II en wijst het incidenteel appel van Dexia af.