ECLI:NL:HR:2012:BU6506
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vernietiging effectenleaseovereenkomsten en verjaring vernietigingsbevoegdheid
De zaak betreft een geschil tussen echtgenoten en Dexia over drie effectenleaseovereenkomsten die in 2000 zijn gesloten. De echtgenote heeft in 2004 buitengerechtelijk vernietiging van de overeenkomsten aangekondigd op grond van het ontbreken van haar toestemming. Dexia stelde dat de bevoegdheid tot vernietiging was verjaard omdat de echtgenote al meer dan drie jaar bekend was met de overeenkomsten.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de verjaringstermijn was verstreken, mede omdat betalingen via een gezamenlijke "en/of"-rekening werden gedaan en bankafschriften mede aan de echtgenote gericht waren. De echtgenoten betwistten dit en boden bewijs aan dat de echtgenote niet bekend was met de overeenkomsten, maar het hof wees dit bewijsaanbod af wegens onvoldoende gemotiveerde betwisting.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof ten onrechte het bewijsaanbod heeft gepasseerd en onvoldoende rekening hield met de subjectieve bekendheid van de echtgenote. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat alleen de echtgenote bevoegd is tot vernietiging en dat de echtgenoot zich niet op deze grond kan beroepen ter verweer tegen Dexia. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het hof.