ECLI:NL:GHAMS:2012:BW8789
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. van Amsterdam
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onzakelijke lening en afwijzing afwaardering fiscale winst moedermaatschappij
Het geschil betreft de fiscale kwalificatie van leningen verstrekt door een moedermaatschappij en haar dochtermaatschappij aan een Duitse dochteronderneming, [Q] GmbH. De moedermaatschappij en dochter vormen een fiscale eenheid, maar [Q] niet. De inspecteur stelt dat de leningen onzakelijk zijn, waardoor afwaardering ten laste van de fiscale winst niet is toegestaan.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat de lening van €1.700.000 als zakelijk kan worden aangemerkt, maar dat aanvullende leningen van in totaal €864.137 onzakelijk zijn. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat geen rente kan worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde eenzelfde lening zou verstrekken onder dezelfde voorwaarden, mede vanwege het negatieve eigen vermogen van [Q], het ontbreken van zekerheden, achterstelling en het ontbreken van een aflossingsschema.
Belanghebbende stelde dat de lening niet onzakelijk is omdat de lening werd verstrekt om de Duitse markt te betreden en overcapaciteit te benutten, maar het hof acht deze zakelijke motieven onvoldoende om af te wijken van het leerstuk van de onzakelijke lening. De rentecorrecties en de berekening van de belastbare winst/verliezen over de jaren 2005-2007 worden door het hof overgenomen zoals door de rechtbank vastgesteld.
Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen veroordeling in kosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de lening onzakelijk is en afwaardering ten laste van de fiscale winst niet is toegestaan.