ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9315
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.P.F. Slijpen
- H.E. Kostense
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde pand voor afschrijving en weigering beroep op vertrouwensbeginsel
Belanghebbende, makelaar en eigenaar van een pand dat hij verhuurt aan zijn eigen BV, voerde in hoger beroep aan dat de waarde van het pand per 1 januari 2001 €1.200.000 bedroeg, gebaseerd op een taxatierapport met een bruto aanvangsrendement (Bar) van 4,5% en een bruto jaarhuur van €55.000. De inspecteur stelde een lagere waarde van €405.000 voor, gebaseerd op een taxatierapport met een Bar van 7% en een bruto jaarhuur van €30.480.
Het Hof overwoog dat de waarde in verhuurde staat moet worden vastgesteld en dat de huurprijs die op 1 januari 2001 kon worden gerealiseerd bepalend is. Het Hof achtte de door belanghebbende gestelde huurprijs niet aannemelijk en volgde de inspecteur in het aannemen van een lagere huurwaarde. Tevens vond het Hof de door de inspecteur gehanteerde Bar van 7% beter onderbouwd dan de 4,5% van belanghebbende.
Belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld die een vertrouwensbescherming konden rechtvaardigen. Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank dat de aanslag inkomstenbelasting 2004 terecht is vastgesteld op basis van de lagere waarde en afschrijving. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat de waarde van het pand €405.000 bedraagt en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.