ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9318
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijstelling omzetbelasting voor bemiddeling in verkoop participaties beleggingsfondsen
Belanghebbende verrichtte werkzaamheden gericht op de verkoop van participaties in collectieve beleggingsfondsen, waarbij zij potentiële beleggers informeerde, adviseerde en in contact bracht met fondsbeheerder C. De inspecteur legde naheffingsaanslagen omzetbelasting op omdat hij meende dat de activiteiten belast waren. De rechtbank Haarlem verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de naheffingsaanslagen.
In hoger beroep bevestigde het Gerechtshof Amsterdam het oordeel van de rechtbank. Het hof oordeelde dat de werkzaamheden van belanghebbende als bemiddeling kwalificeren en derhalve zijn vrijgesteld van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel i, Wet OB 1968. Het hof verwierp de stelling van de inspecteur dat de activiteiten betrekking hadden op vermogensbeheer of dat participaties niet als waardepapieren konden worden aangemerkt.
Het hof nam de uitgebreide overeenkomsten en marketingactiviteiten in aanmerking en concludeerde dat belanghebbende enkel een bemiddelende rol vervult die eindigt zodra het contact tussen belegger en fondsbeheerder tot stand is gebracht. De vergoeding van belanghebbende is gebaseerd op het daadwerkelijk belegde vermogen, wat het bemiddelingskarakter ondersteunt. Het hof veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de activiteiten van belanghebbende vrijgesteld zijn van omzetbelasting en vernietigt de naheffingsaanslag.