ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9637
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake uitsluiting dekking onvrijwillige werkloosheid in kredietverzekeringspolis
In deze civiele zaak vordert eiser een uitkering op grond van een Krediet-Protector verzekering die het risico van onvrijwillige werkloosheid dekt. Eiser ontving een brief van zijn werkgever waarin de beëindiging van de arbeidsovereenkomst werd aangekondigd binnen 90 dagen na het sluiten van de verzekering. De verzekeraar weigerde uitkering op grond van een uitsluitingsbeding in artikel 11 van Pro de algemene voorwaarden.
De kantonrechter kende eiser de uitkering toe omdat de algemene voorwaarden niet aan hem waren verstrekt en hij onvoldoende was gewezen op het uitsluitingsbeding. Het hof oordeelt echter dat de bepalingen die de omvang van het verzekerde risico afbakenen, waaronder de uitsluiting van werkloosheid binnen 90 dagen, kernbedingen zijn en geen algemene voorwaarden in de zin van artikel 6:231 BW Pro. Deze bedingen zijn duidelijk en begrijpelijk geformuleerd en maken deel uit van de polis.
Het hof stelt vast dat eiser binnen 90 dagen na het aangaan van de verzekering is geïnformeerd over de op handen zijnde werkloosheid. Hierdoor is de uitsluiting van toepassing en bestaat geen recht op uitkering. Het beroep van eiser op redelijkheid en billijkheid faalt. Het hof vernietigt de eerdere vonnissen, wijst de vordering af en veroordeelt eiser tot terugbetaling van reeds ontvangen bedragen, vermeerderd met rente en kosten.
Uitkomst: De vordering tot uitkering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot terugbetaling van ontvangen bedragen met rente en kosten.