ECLI:NL:GHAMS:2012:BW9642
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over huurrecht op zolderbergingen bij woonruimte
In deze zaak vordert appellante dat geïntimeerden de zolderbergingen ontruimen, stellende dat zij deze zonder recht gebruiken. Geïntimeerden voeren aan dat de zolderbergingen deel uitmaken van de huurovereenkomst uit 1973. De kantonrechter wees de vorderingen af, stellende dat het medegebruik van een berging bij de huur van de tweede verdieping was inbegrepen en dat de koop van de zolderverdieping door appellante het gebruiksrecht niet deed vervallen.
Appellante voerde meerdere grieven aan, waaronder het niet toelaten van getuigen en het betwisten van het gebruiksrecht. Het hof oordeelde dat de stellingen van geïntimeerden, ondersteund door diverse bewijsmiddelen zoals brieven, verklaringen en foto’s, onvoldoende waren betwist door appellante. De kantonrechter had terecht geoordeeld dat het gebruiksrecht op de zolderbergingen voortvloeit uit de huurovereenkomst en dat dit huurrecht niet verviel door de verkoop van het appartementsrecht.
Het hof verwierp de grieven van appellante en bekrachtigde het bestreden vonnis. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het gebruiksrecht van de zolderbergingen bij de huurovereenkomst hoort en wijst de vorderingen van appellante af.