ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0221
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- E.A.G. van der Ouderaa
- J. den Boer
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toekenning en waardering van aandelenopties en naheffingsaanslag loonbelasting
In deze bestuursrechtelijke zaak staat het tijdstip van toekenning en aanvaarding van aandelenopties centraal, met fiscale gevolgen voor de loonbelasting. Belanghebbende, een vennootschap, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag loonbelasting over de jaren 1998 en 1999, waarbij de inspecteur stelde dat optierechten pas in januari 1999 waren toegekend en aanvaard, terwijl belanghebbende dit op 8 oktober 1998 betwistte.
De rechtbank oordeelde dat de optierechten geantedateerd waren en dat het genietingsmoment op 4 januari 1999 lag. Het Hof bevestigt dit oordeel na een uitgebreide beoordeling van het bewijs, waaronder verklaringen van betrokkenen, notulen van commissarissenvergaderingen en correspondentie met fiscale adviseurs. Het Hof benadrukt dat het tijdstip van aanvaarding van het optierecht mede afhankelijk is van de vaststelling van de uitoefenprijs, die pas in januari 1999 definitief was.
Verder behandelt het Hof de formele bezwaren van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en de berekening van heffingsrente. Het Hof oordeelt dat de inspecteur niet onzorgvuldig heeft gehandeld en dat het vertrouwen van belanghebbende in het niet naheffen onvoldoende is onderbouwd. Ook wordt geoordeeld dat de naheffing terecht bij de werkgever plaatsvindt en niet bij de werknemers, en dat navordering van inkomstenbelasting niet in de weg staat. Het Hof vermindert de naheffingsaanslag met een bedrag van €42.882 wegens een ambtelijk verzuim bij de heffing van inkomstenbelasting van een werknemer.
Ten slotte constateert het Hof een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure en heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over immateriële schadevergoeding. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, de naheffingsaanslag verminderd en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.