ECLI:NL:GHAMS:2012:BX0226
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vermogen Stichting Particulier Fonds niet belast bij oprichter als box 3 vermogen
In deze zaak staat centraal of het vermogen van een Stichting Particulier Fonds (SPF), gevestigd op Curaçao, bij de oprichter in box 3 van de inkomstenbelasting moet worden belast. De oprichter, mevrouw [X], had vermogen ingebracht in de SPF, maar het hof oordeelt dat zij geen juridische of feitelijke beschikking had over het vermogen alsof het haar eigen vermogen was.
De SPF was opgericht met een bestuur en een Raad van Toezicht, waarbij de oprichter wensen schriftelijk aan het bestuur kon kenbaar maken, maar deze wensen waren niet bindend. Het bestuur handelde autonoom en kon besluiten tot uitkeringen zonder dat de oprichter dit kon afdwingen. De inspecteur stelde dat mevrouw [X] feitelijk wel over het vermogen kon beschikken, onder meer omdat het bestuur haar instructies opvolgde en zij bestuursleden kon benoemen en ontslaan.
Het hof stelt echter vast dat de oprichtersbevoegdheden niet gelijk staan aan beschikking over het vermogen en dat er geen juridisch afdwingbaar recht bestond voor mevrouw [X] om uitkeringen te verkrijgen. Ook de schenking aan de dochter van mevrouw [X] door de SPF en de ontbinding van de SPF zijn niet voldoende om te concluderen dat mevrouw [X] de beschikking had. Het hof vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond, waardoor de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting voor de jaren 2001 tot en met 2004 worden vernietigd.
Uitkomst: Het hof vernietigt de navorderingsaanslagen en oordeelt dat het vermogen van de SPF niet bij de oprichter belast kan worden als box 3 vermogen.