ECLI:NL:GHAMS:2012:BX1893
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- H.E. Kostense
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kansspelbelastingheffing op exploitanten van speelautomaten en schending eigendomsrecht
Belanghebbende exploiteert speelautomaten en stelt deze ter beschikking aan horecaondernemers. Sinds 1 juli 2008 is de Wet op de kansspelbelasting gewijzigd, waardoor exploitanten van kansspelautomaten kansspelbelasting moeten afdragen over de bruto opbrengst. Belanghebbende betwist dat zij belastingplichtig is en stelt dat de heffing in strijd is met het legaliteitsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en het eigendomsrecht zoals beschermd in artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
Het Hof stelt vast dat belanghebbende als eigenaar en exploitant van de speelautomaten belastingplichtig is. De wetgeving is niet in strijd met het legaliteits- of rechtszekerheidsbeginsel. De heffing vormt een gerechtvaardigde inbreuk op het eigendomsrecht met een legitiem algemeen belang en een redelijke verhouding tussen middelen en doel (fair balance). Wel erkent het Hof dat de maatregel voor belanghebbende een individuele en buitensporige last kan betekenen.
Het Hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond en vernietigt de uitspraak op bezwaar. De naheffingsaanslag blijft echter in stand. Het Hof heropent het onderzoek om de omvang van een mogelijke schadevergoeding wegens schending van het eigendomsrecht te bepalen. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de naheffingsaanslag blijft in stand, het onderzoek naar schadevergoeding wordt heropend en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.