ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2024
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake bewijsvoering beleggersvertrouwen op ABN AMRO beleggingsadviseur
In deze civiele zaak in hoger beroep stelden appellanten dat zij, handelend voor zichzelf en hun vennootschappen, volledig op de adviezen van de beleggingsadviseur van ABN AMRO Bank vertrouwden en deze steeds opvolgden. Het hof heeft uitgebreid getuigen gehoord, waaronder partijgetuigen en derden, en heeft de verklaringen zorgvuldig gewogen.
De verklaringen van de partijgetuigen appellante sub 1a en 1d konden geen bewijs opleveren omdat zij niet strekten ter aanvulling van onvolledig bewijs en geen eigen wetenschap bevatten die de stellingen ondersteunden. De verklaringen van de overige getuigen, waaronder de beleggingsadviseur [K.], boden geen aanvullend bewijs dat de appellanten volledig op de adviezen vertrouwden. Integendeel, uit de verklaring van [K.] bleek dat hij de aankoop van relatief onbekende ICT-aandelen niet had geadviseerd en dat [D.] zelf de beleggingsbeslissingen nam.
Appellanten voerden aan dat de verklaring van [K.] ongeloofwaardig was, maar het hof vond dit niet aannemelijk. Ook de overige getuigenverklaringen ondersteunden de stellingen van appellanten onvoldoende. Het hof concludeerde dat appellanten niet zijn geslaagd in het bewijs van hun stellingen.
Daarmee faalden de grieven en werd het bestreden vonnis bekrachtigd. Appellanten werden veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die werden begroot op ruim €28.800, te vermeerderen met wettelijke rente. Het arrest werd uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en wijst de vorderingen van appellanten af wegens onvoldoende bewijs van volledig vertrouwen op ABN AMRO-adviezen.