ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2160
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep loonvordering na beëindiging arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer die meerdere arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd had bij Hotelsource, de rechtsopvolger van haar eerdere werkgever. Na vijf opeenvolgende contracten werd het dienstverband geacht voor onbepaalde tijd te zijn geworden. De werknemer vorderde loonbetaling vanaf 5 september 2007 tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op 6 oktober 2009.
De kantonrechter wees de vordering gedeeltelijk toe en matigde het loon over een periode van zes maanden na 4 september 2007, omdat de werknemer niet meer werd ingeroosterd op haar gebruikelijke uren. Het hof oordeelde dat matiging op grond van artikel 7:680a BW niet van toepassing is, maar dat matiging op grond van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW Pro) wel aan de orde is.
Het hof stelde vast dat de arbeidsovereenkomst bij veranderde omstandigheden uiterlijk per 1 januari 2009 zou zijn geëindigd, mede gelet op een brief van de general manager van het hotel waarin ingrijpende maatregelen werden aangekondigd. De ziekmelding van de werknemer per 15 december 2008 stond een ontbinding niet in de weg. De loonvordering werd daarom toegewezen over de periode van 5 september 2007 tot 1 januari 2009.
Hotelsource werd veroordeeld tot betaling van € 13.529,68 bruto, vermeerderd met 25% wettelijke verhoging en wettelijke rente vanaf 21 juli 2008. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het dictum onder I betreft en veroordeelde Hotelsource tevens in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De loonvordering wordt toegewezen over de periode van 5 september 2007 tot 1 januari 2009 met wettelijke verhoging en rente.