ECLI:NL:GHAMS:2012:BX2318
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling omzetbelasting voor medische diensten in kader Wsw-indicatie
Belanghebbende, bestaande uit meerdere vennootschappen waaronder A B.V., verrichtte medische diensten voor het UWV in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Deze diensten bestonden uit het leveren van medische rapportages ter ondersteuning van het indicatieproces voor Wsw-dienstbetrekkingen.
De centrale vraag was of deze medische diensten vrijgesteld zijn van omzetbelasting op grond van artikel 11, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op de omzetbelasting 1968. De rechtbank had de beroepen van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat het voornaamste doel van de diensten niet de gezondheidskundige verzorging van de mens is, maar het verschaffen van medische gegevens aan het UWV voor diens besluitvorming.
Het Hof bevestigt dit oordeel en verwijst naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (C-307/01, Peter d’Ambrumenil) waarin is vastgesteld dat diensten die primair gericht zijn op het verschaffen van medische gegevens aan derden voor besluitvorming niet onder de vrijstelling vallen. Hoewel de onderzoeken indirect kunnen bijdragen aan de bescherming van de gezondheid, is het hoofddoel het ondersteunen van het UWV bij het nemen van een indicatiebesluit. De vrijstelling wordt dan ook niet toegepast en de diensten zijn belast met het algemene tarief.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de medische diensten zijn niet vrijgesteld van omzetbelasting.