ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3163
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake onrechtmatig nalaten gemeente bij intrekking bouwvergunning
De zaak betreft een geschil tussen appellanten en de erven van de voormalige eigenaar van een bouwkavel, waarbij de gemeente de bouwvergunning had ingetrokken zonder de nieuwe eigenaar (appellanten) te informeren. Appellanten stelden dat zij schade leden doordat zij niet tijdig konden starten met bouwen. Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij binnen een half jaar na hypothetische kennisgeving met bouwwerkzaamheden conform de bouwvergunning zouden zijn begonnen.
Het hof overwoog dat een redelijk handelend particuliere grondeigenaar zowel zou kunnen besluiten wel als niet tot bebouwing over te gaan, afhankelijk van persoonlijke belangen zoals woongenot en financiële overwegingen. Appellanten hadden geen concrete bouwplannen en wilden aanvankelijk afwijken van het bouwplan waarvoor vergunning was verleend, wat niet was toegestaan.
Verder werd vastgesteld dat appellanten de gemeente niet tijdig hadden geïnformeerd over hun eigendom en bezwaar tegen intrekking. De gemeente zou bij tijdige kennisgeving een termijn van zes maanden hebben gegeven om te starten met bouwen, maar niet toestaan dat werd afgeweken van het oorspronkelijke bouwplan.
Het hof concludeerde dat de onrechtmatige gedraging van de erven geen schade had veroorzaakt en wees de vordering af. Het bestreden vonnis werd bekrachtigd en appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Vordering appellanten afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van tijdige aanvang bouwwerkzaamheden; bestreden vonnis bekrachtigd.