ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3170
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding aannemingsovereenkomst en gevolgen schuldeisersverzuim bij verhindering oplevering
In deze zaak staat de ontbinding van een aannemingsovereenkomst tussen twee besloten vennootschappen centraal. De opdrachtgever ([Appellant]) stelde dat de aannemer ([Geïntimeerde]) tekort was geschoten in de oplevering van bestelde kasten en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk. Het hof oordeelde dat de aannemer niet in verzuim was, omdat de opdrachtgever zelf de oplevering verhinderde en daardoor in schuldeisersverzuim raakte.
Het hof overwoog dat de aannemer binnen de gemaakte afspraken en met vakmanschap de opdracht mocht voltooien en dat het uitstellen en afhouden van oplevering door de opdrachtgever betekende dat de aannemer niet tekort was geschoten. De buitengerechtelijke ontbinding door de opdrachtgever was daarom niet rechtsgeldig. Bovendien kon de aannemer op grond van schuldeisersverzuim aanspraak maken op betaling van de volledige aanneemsom.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank dat de aannemingsovereenkomst gedeeltelijk ontbonden werd voor het deel dat nog niet was nagekomen en veroordeelde de aannemer tot afgifte van reeds geproduceerde kastdelen. De vorderingen van de opdrachtgever werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de ontbinding van de aannemingsovereenkomst door de opdrachtgever onterecht was en veroordeelt de opdrachtgever in de proceskosten.