ECLI:NL:HR:2011:BQ1684
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over gevolgen niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring en vergoeding positief contractsbelang
In deze zaak stonden Ontwikkelingsmaatschappij G4 Beheer B.V. en G4 C.V. tegenover Hanzevast Beleggingen B.V. en Hanzevast Beleggingen III B.V. over een koopovereenkomst van kantoorruimte in het project Euroborg te Groningen. Hanzevast III had de overeenkomst ontbonden wegens vermeende tekortkomingen in de nakoming door G4, wat door G4 werd betwist. G4 vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie en onrechtmatige ontbinding.
De rechtbank wees de vorderingen deels toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees alle vorderingen af, stellende dat zonder ontbinding geen grondslag bestaat voor vergoeding van het positief contractsbelang. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug. De Hoge Raad verduidelijkte dat een niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring niet leidt tot ontbinding van de overeenkomst, maar partijen zich wel zodanig kunnen gedragen dat een beëindigingsovereenkomst ontstaat.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het recht op vergoeding van het positief contractsbelang ook kan bestaan zonder ontbinding, indien de schuldenaar in verzuim is en het verzuim niet is gezuiverd. De wederpartij kan afzien van nakoming zonder afstand te doen van haar rechten uit de niet-gerechtvaardigde ontbindingsverklaring. De Hoge Raad corrigeerde daarmee het oordeel van het hof dat schadevergoeding alleen mogelijk is bij ontbinding.
De zaak werd terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing. Hanzevast werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij vergoeding van het positief contractsbelang ook zonder ontbinding mogelijk is bij verzuim.