ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8216
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanslag reclamebelasting wegens kunstverlichting openbare aankondigingen
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde belanghebbende voor 2009 een aanslag reclamebelasting op, waarbij onderscheid werd gemaakt tussen onverlichte en verlichte openbare aankondigingen. Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de aanslag, waarna de rechtbank de aanslag verminderde omdat de neonverlichting was verwijderd en de aankondigingen niet langer als verlicht konden worden beschouwd.
In hoger beroep stond centraal of de aanwezigheid van elektra-aansluitingen en bouwlampen maakte dat de openbare aankondigingen alsnog als verlicht konden worden aangemerkt. Het Hof stelde vast dat de neonverlichting medio 2009 was verwijderd en dat de elektrische aansluitingen niet automatisch betekenen dat de aankondigingen geschikt zijn voor kunstverlichting. Ook de bouwlampen, geplaatst met het oog op veiligheid en niet specifiek voor reclameverlichting, kwalificeren niet als uitwendige kunstverlichting.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de reclame-uitingen geschikt waren om kunstverlichting te voeren. De aanslag werd daarom bevestigd in de door de rechtbank vastgestelde vermindering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 16 augustus 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.