ECLI:NL:GHAMS:2012:BX8791

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.113.938/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArtikel 11 lid 1 wrakingsprotocol Gerechtshof Amsterdam
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking van het gehele college van het Gerechtshof Amsterdam kennelijk niet-ontvankelijk verklaard

Verzoeker heeft bij het Gerechtshof Amsterdam een wrakingsverzoek ingediend tegen het gehele college dat belast is met de behandeling van zijn hoger beroep in de sector Belastingrecht. Het verzoek werd ingediend naar aanleiding van onvrede over de integriteit van de Belastingdienst en de Rechtspraak, mede vanwege het niet inhoudelijk behandelen van zijn vragen en het niet indienen van een verzoek tot herziening bij de Hoge Raad.

Het hof heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat alleen rechters die daadwerkelijk bij de zaak betrokken zijn, kunnen worden gewraakt. Het hof stelde vast dat het verzoek deels betrekking had op rechters die niet bij de behandeling van de zaak betrokken zijn, waardoor dat deel van het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was.

Voor het deel van het verzoek dat betrekking had op de rechters die wel bij de zaak betrokken zijn, oordeelde het hof dat het enkel ongenoegen over eerdere uitspraken en het verlangen tot herziening geen grond voor wraking vormen. Omdat geen feiten of omstandigheden werden aangevoerd die wijzen op partijdigheid, werd ook dit deel van het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Op grond van het wrakingsprotocol van het hof werd geen mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bepaald. De beschikking werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 27 september 2012.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verzoeker tegen het gehele college is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM
wrakingskamer
BESCHIKKING
op het verzoekschrift d.d. 26 september 2012 van:
[Verzoeker],
wonende te [plaats].
1. Het verzoek en de rechtsgang
1.1 Het verzoekschrift is op 26 september 2012 binnengekomen ter griffie van het gerechtshof Amsterdam.
1.2 Het verzoek strekt tot wraking van het Hof van Amsterdam. Het verzoek is gedaan inzake een hoger beroep aanhangig bij de sector Belastingrecht van het gerechtshof Amsterdam, onder zaaknummers [].
2. Beoordeling
2.1 [Verzoeker] heeft ter onderbouwing van zijn wrakingsverzoek – samengevat - aangevoerd dat hem het vertrouwen in de integriteit van de Belastingdienst en de Rechtspraak ontbreekt, een en ander naar aanleiding van de besluiten van de Belastingdienst om de in de door [Verzoeker] bij brief van 7 september 2011 gestelde vragen niet inhoudelijk te behandelen en geen verzoek bij de Hoge Raad in te dienen tot herziening van de uitspraken van het gerechtshof Amsterdam van 31 augustus 2006, onder kenmerken [kenmerk] en [kenmerk] gewezen. Volgens [Verzoeker] heeft hij het belang bij een herziening van die uitspraken, voor de mondelinge behandeling van de hoofdzaken in hoger beroep die op 28 september 2012 zal plaatsvinden, voldoende kenbaar gemaakt in de door hem op 7 september 2012 en 13 september 2012 overgelegde pleitnota’s.
2.2 Het hof overweegt als volgt.
2.3 Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, door een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2.4 Uit artikel 8:15 Awb Pro blijkt dat een wrakingsverzoek slechts de rechters kan betreffen die de zaak van de betrokken partij behandelen. Dit brengt mede dat voor zover het onderhavige wrakingsverzoek betrekking heeft op leden van het gerechtshof Amsterdam die niet met de behandeling van de hoofdzaken in hoger beroep zijn belast, geen sprake is van een wrakingsverzoek in de zin van de Awb. In zoverre is het verzoekschrift kennelijk niet ontvankelijk.
2.5 Voor zover het wrakingsverzoek betrekking heeft op raadsheren die met de behandeling van de hoofdzaken in hoger beroep zijn belast geldt het navolgende. Dat [Verzoeker] het met voornoemde uitspraken van het gerechthof Amsterdam van 31 augustus 2006 niet eens is en daarvan herziening wenst, levert geen grond voor wraking op. Nu overigens geen feiten en omstandigheden waaruit de partijdigheid van de raadsheren van het Gerechtshof Amsterdam die de hoofdzaken in hoger beroep behandelen zou kunnen worden afgeleid, zijn aangevoerd is het verzoekschrift ook in zoverre kennelijk niet ontvankelijk.
2.6 Uit het voorgaande volgt dat [Verzoeker] kennelijk niet-ontvankelijk is in dit wrakingsverzoek. Op grond van artikel 11 lid 1 van Pro het wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam, is derhalve geen mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek bepaald.
2.7 Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
3. Beslissing
Het hof:
verklaart [Verzoeker] in zijn verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Clement, C. Uriot en J.W. Hoekzema in tegenwoordigheid van mr. J.G.E.Y. Lok als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 27 september 2012.