ECLI:NL:GHAMS:2012:BY2892
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake loonheffingen privégebruik bestelauto’s door stagiaires
Belanghebbende, een installatiebedrijf, stelde in de jaren 2006-2009 bestelauto’s ter beschikking aan stagiaires die een beroepsopleiding volgden en stage liepen bij het bedrijf. De Belastingdienst legde een naheffingsaanslag loonheffingen op wegens privégebruik van deze auto’s. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep stond centraal of belanghebbende als inhoudingsplichtige kon worden aangemerkt en of de bestelauto’s door aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt waren voor het vervoer van goederen.
Het Hof oordeelde dat de stagiaires in een fictieve dienstbetrekking stonden, omdat zij persoonlijk arbeid verrichtten onder gezag en een beloning ontvingen in de vorm van het privégebruik van de auto’s. De stelling van belanghebbende dat de arbeidsrelatie met de onderwijsinstelling bestond en niet met haar, werd verworpen. Verder werd vastgesteld dat de bestelauto’s, Citroën Berlingo’s met twee zitplaatsen en een laadruimte, niet nagenoeg uitsluitend geschikt waren voor goederenvervoer, mede omdat de bijrijdersstoel ook geschikt was voor personenvervoer.
De naheffingsaanslag werd daarom bevestigd. Het beroep tegen de beschikking heffingsrente werd eveneens ongegrond verklaard. Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank, met verbeterde motivering, en wees een veroordeling in kosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag loonheffingen wordt bevestigd.