ECLI:NL:GHAMS:2012:BY3639
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- A.M.J.G. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verliesvaststelling vennootschapsbelasting en vrijval weduwenpensioenvoorziening
Belanghebbende, een BV met een directeur-grootaandeelhouder (DGA), had een pensioenregeling in eigen beheer waarbij een weduwenpensioen was toegekend aan de echtgenote van de DGA. Na het overlijden van de echtgenote in 2006 ontstond discussie over de fiscale behandeling van de pensioenvoorziening en de juiste pensioengrondslag.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de weduwenpensioenvoorziening per ultimo 2006 vrijvalt in het resultaat, omdat er geen partner meer was en geen omzetting van het weduwenpensioen in ouderdomspensioen had plaatsgevonden. Belanghebbende stelde dat de voorziening bevroren kon blijven vanwege de omzettingsmogelijkheid, en dat de pensioengrondslag moest worden vastgesteld op basis van de AOW-franchise van 2003, het jaar van ondertekening van de pensioenbrief.
Het Hof bevestigt de rechtbankuitspraak en oordeelt dat de pensioenbrief en actuariële grondslagen bepalen dat het recht op weduwenpensioen vervalt bij overlijden van de echtgenote en dat een niet bestaand recht niet kan worden omgezet. De pensioengrondslag moet worden vastgesteld op basis van de AOW-franchise die geldt in het jaar van berekening, 2006. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de fiscale behandeling van pensioenregelingen in eigen beheer bewust verschilt van collectieve regelingen.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de weduwenpensioenvoorziening per ultimo 2006 vrijvalt en dat de pensioengrondslag moet worden vastgesteld op basis van de AOW-franchise van 2006.