ECLI:NL:GHAMS:2012:BY5779
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep effectenlease: gedeeltelijke betaling restschuld en vernietiging vonnis kantonrechter
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van Dexia tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam betreffende twee effectenleaseovereenkomsten die geïntimeerde in 1999 met een rechtsvoorganger van Dexia is aangegaan. De overeenkomsten zijn inmiddels beëindigd en er resteert een schuld die geïntimeerde niet heeft voldaan.
Het hof oordeelt dat de verbindendverklaring van de zogenaamde Duisenberg-regeling niet van toepassing is op geïntimeerde, omdat hij tijdig heeft laten weten hier niet aan gebonden te willen zijn. Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter omdat het toegepaste categoriemodel achterhaald is en niet aansluit bij de jurisprudentie van het hof en de Hoge Raad. Volgens het hof moet worden vastgesteld of de leaseovereenkomst een onaanvaardbaar zware financiële last voor geïntimeerde betekende. Uit de door Dexia overgelegde berekeningen blijkt dat dit niet het geval was.
Het gevolg is dat geïntimeerde slechts voor een derde deel van de restschuld aansprakelijk is en veroordeeld wordt tot betaling van €3.889,69 plus wettelijke rente vanaf 12 maart 2008. Tevens moet hij een bedrag van €24.572,96 terugbetalen dat Dexia ter uitvoering van het eerdere vonnis aan hem heeft betaald, met wettelijke rente vanaf 29 september 2008. De proceskosten van eerste aanleg worden door partijen zelf gedragen, de kosten van hoger beroep worden aan geïntimeerde opgelegd.
Het arrest is gewezen door de rolraadsheer namens het hof op 18 september 2012.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van een derde deel van de restschuld en terugbetaling van een bedrag aan Dexia, met wettelijke rente.