ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6122
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gevolgen van DBC-systematiek voor recht op uitkering onder ziektekostenverzekering
In deze zaak stond centraal of Univé gehouden was dekking te verlenen voor ziektekosten die na het sluiten van de verzekering waren gemaakt, terwijl de DBC (Diagnose Behandel Combinatie) al vóór de ingangsdatum was vastgesteld. Het hof overwoog dat de verzekering geen onzeker voorval vereist, maar slechts onzekerheid over de hoogte van de uitkering. De DBC-systematiek leidt niet automatisch tot uitsluiting van dekking tenzij dit uitdrukkelijk in de polisvoorwaarden is opgenomen.
Het hof stelde vast dat de verzekeringsvoorwaarden onvoldoende duidelijkheid boden over een dergelijke uitsluiting. De rechtbank had reeds geoordeeld dat de verzekerde aanspraak kon maken op vergoeding van kosten van zorg verleend tijdens de looptijd van de verzekering. Dit oordeel werd door het hof bevestigd.
Verder werd beoordeeld hoe de gedeclareerde kosten gesplitst konden worden tussen zorg voor en na de ingangsdatum van de verzekering. Omdat partijen geen bruikbare aanwijzingen leverden, schatte het hof het deel van de kosten dat vóór de ingangsdatum viel op €1.000, terwijl het meerdere toewijsbaar was.
Ten slotte werd de wettelijke rente toegewezen vanaf 15 mei 2008, de datum waarop Univé voor het eerst de uitkering weigerde. Univé werd veroordeeld tot betaling van €55.407,47 plus rente en de kosten van het geding.
Uitkomst: Univé is veroordeeld tot betaling van €55.407,47 plus wettelijke rente vanaf 15 mei 2008 en de proceskosten.