ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6349
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- J.C.W. Rang
- J.W. Hoekzema
- Rechtspraak.nl
Verjaring vordering tot vernietiging effectenleaseovereenkomsten afgewezen
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de vordering tot vernietiging van effectenleaseovereenkomsten was verjaard. De afnemer had in 1998 vier leaseovereenkomsten gesloten waarbij aandelen werden gekocht op geleend geld. De echtgenote van de afnemer had geen toestemming gegeven voor deze overeenkomsten.
De echtgenote had in december 2005 de leaseovereenkomsten buitengerechtelijk vernietigd. Dexia stelde dat de vordering was verjaard omdat de echtgenote al meer dan drie jaar daarvoor bekend was met de overeenkomsten, onder meer door rekeningafschriften. Het hof oordeelde echter dat daadwerkelijke, subjectieve bekendheid vereist is en dat het enkel kunnen beschikken over stukken niet gelijkstaat aan daadwerkelijke kennis.
De getuigenverklaringen van de echtgenoten werden als betrouwbaar beoordeeld en toonden aan dat de echtgenote pas rond maart 2003 van de leaseovereenkomsten op de hoogte was geraakt. Dexia slaagde er niet in dit tegenbewijs te ontkrachten. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter dat de vordering niet was verjaard en veroordeelde Dexia in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten is niet verjaard en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd.