ECLI:NL:GHAMS:2012:BY6370
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor verboden onderhuur woning ondanks beroep op onredelijkheid en matiging
De huurder [ appellant ] had van 7 juni 2004 tot 10 augustus 2011 een woning gehuurd van Eigen Haard. Tijdens deze periode zijn er meldingen geweest over vermoedelijke onderverhuur zonder schriftelijke toestemming, wat in strijd is met de Algemene Huurvoorwaarden. De kantonrechter heeft de huurovereenkomst ontbonden en een boete van €4.500,- opgelegd wegens overtreding van het onderhuurverbod.
In hoger beroep betoogde [ appellant ] dat het boetebeding onredelijk bezwarend is en dat de boete gematigd moet worden vanwege zijn geringe inkomen en gezondheidsklachten. Het hof oordeelde dat het boetebeding een preventief karakter heeft en niet primair bedoeld is als schadevergoeding. De boete is niet onredelijk hoog gezien het belang van Eigen Haard bij het voorkomen van illegale onderverhuur en het bevorderen van leefbaarheid.
Het hof stelde vast dat de huurder voldoende gelegenheid had om kennis te nemen van de Algemene Huurvoorwaarden en het boetebeding. Ook het verzoek tot matiging werd afgewezen omdat de preventieve werking van de boete anders zou worden ondermijnd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde [ appellant ] in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de boete van €4.500,- wegens verboden onderhuur zonder matiging.