Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Ibij dit vonnis en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Inleiding
5.Waardering van het bewijs
Invoer van cocaïne
De container was afkomstig uit Zuid-Amerika en had een dekmantel lading. Er waren bijzondere voorzieningen getroffen voor het verdere vervoer en het lossen van de lading. Parallel aan de communicatie in het normale logistieke proces, heeft afgeschermde communicatie met PGP telefoons plaatsgevonden. Tussen betrokkenen bij de container zijn onder meer de volgende PGP-berichten gewisseld (aangetroffen in de PGP telefoon die in de auto van [medeverdachte 4] lag):
“Ja wollah zit over de 4 ton in broer pfff. 100 mil euro geen grap”, “Ja wat dacht jij dan 4170 om precies te zijn”, “Ik zei toch 1 na laatste grootste vanst ooit in antw.. die 8 ton was de grootste en nu deze dan als gepakt is”. De container moest op een andere locatie dan gebruikelijk afgeleverd worden. De chauffeur, [medeverdachte 2] , zou hiervoor € 50.000 ontvangen. De container werd tijdens het vervoer nauwlettend in de gaten gehouden door verkenners en/of beveiligers die elkaar waarschuwden voor de aanwezigheid van verdachte auto’s. Dit alles duidt op de (veronderstelde) aanwezigheid van een omvangrijke en waardevolle lading. De rechtbank is van oordeel dat al het voorgaande voldoende steun biedt aan de in Antwerpen verrichtte indicatieve tests, zodat bewezen kan worden dat de hele lading met blokken wit poeder cocaïne bevatte.
“Top wanneer zijn de bakken van [bijnaam 2] vertrokken??”, “7 okt was het ingeladen. 12 okt gaat het weg! 27 okt komt hij hier in antwerpen”, en de berichten van 12 november 2015:
“Top! Hij heeft me al eerder gezegd! Dat wij bepalen wat daar op zijn zaak gebeurd!”.Ook het bericht van 10 november 2015 is hiervoor redengevend:
“Stuur me eff de inlog gegevens van [bijnaam 2] ! Nu graag ben buiten wilt mail checken”.Ook kreeg verdachte via de PGP-telefoon instructies van een onbekend gebleven persoon en heeft verdachte de gebruiker [gebruikersnaam 7] om leefgeld gevraagd.
“ik heb de pgp”,
“vriend of je naar je bb kan kijken”en
“vriend kijk je bb”. Opvallend is dat deze berichten door verdachte van de telefoon zijn verwijderd nadat het opsporingsteam is binnengevallen in de loods te [plaats] waar de container stond. Het verwijderen van berichten uit de telefoon, het (in eerste instantie) ontkennen van het gebruik van de PGP-telefoon en de afscherming van andere betrokkenen duidt erop dat verdachte heeft willen verbloemen dat hij met hen heeft samengewerkt bij illegale praktijken.
“…daarna gaat het grote geld komen yes”. Dit is een opvallend bericht, omdat door [naam firma] zoals gezegd tot dan toe enkel verlies werd geleden. Daar komt bij dat desondanks door verdachte vanaf een bepaald moment ook daadwerkelijk grote aankopen werden gedaan en in korte tijd veel geld werd uitgegeven. Zo heeft verdachte een keuken ter waarde van € 26.000,- gekocht die eind maart 2016 zou worden geleverd en betaald. De container met cocaïne is eind maart 2016 ingevoerd. Verder is het opvallend dat verdachte eind maart 2016 tienduizenden euro’s van de rekening van [naam firma] heeft gehaald en dat ook voor het eerst salarissen worden uitbetaald aan [medewerker 3] , [medewerker 2] , [medewerker 1] en aan verdachte zelf. Verdachte heeft vanuit [naam firma] een factuur betaald van € 10.000,- voor het plaatsen van kozijnen in zijn huurwoning. Ook heeft hij € 15.000,- overgeboekt naar zijn privé rekening, waarvan hij € 5.000,- contant heeft opgenomen en € 10.000,- naar de rekening van [medewerker 4] is overgemaakt. Op 5 april 2016 werd vanuit [naam firma] € 15.000,- naar [medewerker 4] overgemaakt. Op 8 april 2016 is € 10.000,- contant opgenomen van de bankrekening van [naam firma] .
Witwassen
enigmisdrijf afkomstig is.
vermoeden van witwassen, mag
van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeftvoor de herkomst van het geldbedrag. Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het geldbedrag, dan ligt het vervolgens op de weg van het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geldbedrag. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geldbedrag waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.
€ 10.000,- contant heeft betaald aan [naam man 1] voor de inkoop van de ananassen. Verder zouden investeringen zijn gedaan vanuit [naam autohandel] Geconfronteerd met het feit dat uit het dossier is gebleken dat 1,2 miljoen euro contant is betaald, heeft verdachte verklaard hier niets van af te weten. Verdachte heeft inconsistente verklaringen afgelegd over de financiering van de inkoop van ananassen. Zo zouden [naam 3] en [medewerker 2] geld hebben geleend ten behoeve van [naam firma] om te investeren in fruit. Beiden ontkennen dit stellig. Op een ander moment verklaart verdachte weer dat er geld kwam uit de handel van blikjes. Het blijft volstrekt onduidelijk om welk bedrag dit zou gaan en er is niets van in de administratie van [naam firma] terug te vinden. Verdachte verklaart op enig moment ook dat hij veel vaker, namelijk gedurende zeven maanden, een bedrag van € 30.000,- per maand aan [naam man 1] betaalde. Even later verklaart verdachte in totaal € 180.000,- te hebben betaald voor de ananassen. Een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het geld voor de ananassen die verdachte verhandelde is door hem niet gegeven.
6.Bewezenverklaring
bijlage IIopgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
- contante geldbedragen gemoeid met de inkoop van containers ananassen en
- partijen ananassen voorhanden gehad, overgedragen en omgezet
en
- van deze contante geldbedragen gemoeid met de inkoop van containers ananassen en
- van deze partijen ananassen gebruik gemaakt,
terwijl hij en zijn mededaders wisten dat deze contante geldbedragen en ananassen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf
68 maanden.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
68 (achtenzestig) maanden.