ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ3728
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering inzage bescheiden distributieovereenkomst gezondheidsproduct
In deze civiele procedure tussen partijen actief in de handel van gezondheidsbevorderende producten staat een geschil centraal over een distributieovereenkomst en een aanvullende Side Letter. Appellanten vorderen incidenteel op grond van artikel 843a Rv inzage in diverse bescheiden met betrekking tot de aanmelding en behandeling van het product [X] bij notified bodies en autoriteiten zoals KEMA/Dekra en MHRA.
Laboratory c.s. voert verweer dat de gevorderde bescheiden te algemeen en onbepaald zijn omschreven en dat appellanten geen rechtmatig belang hebben bij inzage. Tevens stellen zij dat dergelijke aanmeldingen niet hebben plaatsgevonden in de relevante EU-landen en dat de kwalificatie van het product als medisch hulpmiddel aan de nationale rechter toekomt.
Het hof overweegt dat appellanten onvoldoende concreet hebben gesteld waarom zij rechtmatig belang hebben bij de gevorderde bescheiden, mede omdat de inhoud en relevantie van deze documenten onvoldoende is toegelicht. Ook is niet aannemelijk dat de gevorderde bescheiden invloed hebben op de rechten en plichten uit de distributieovereenkomst.
Daarom wijst het hof de incidentele vordering af en houdt het de beslissing over de proceskosten aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: De incidentele vordering tot inzage van bescheiden wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang.