ECLI:NL:GHAMS:2012:CA1772
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en toedeling woning en stamrecht-BV
Partijen zijn in 1986 gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en zijn in 2009 gescheiden. In hoger beroep staat de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal, met name de toedeling van de woning, de vraag of de stamrecht-BV tot de gemeenschap behoort, en de verrekening van een uit nalatenschap verkregen bedrag dat is belegd.
De rechtbank had de woning aan de man toegedeeld tegen een waarde van €425.000, maar het hof oordeelt dat er geen wilsovereenstemming bestaat over deze toedeling en dat de woning getaxeerd moet worden door een makelaar. Bij een taxatiewaarde van €375.000 of lager wordt de woning aan de man toegedeeld, anders wordt deze verkocht en de opbrengst verdeeld.
De stamrecht-BV valt volgens het hof in de gemeenschap omdat de man onvoldoende heeft onderbouwd dat het een aanspraak betreft die buiten de gemeenschap valt. De vordering op de nalatenschap van de vader van de man valt niet in de gemeenschap vanwege een uitsluitingsclausule in het testament.
Verder corrigeert het hof een dubbeltelling van Robeco-effecten en spaarrekening in de verdeling en bepaalt dat de waardedaling van effecten leidt tot een vergoedingsrecht naar evenredigheid en niet nominaal. De betalingsverplichtingen tussen partijen worden vastgesteld en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de woning wordt getaxeerd en verkocht of aan de man wordt toegedeeld tegen €375.000, herstelt de verdeling van de gemeenschap en corrigeert de verrekening van effecten en nalatenschap.