Uitspraak
mr. W.M. Schonewillete Den Haag,
mr. F.M.A. ’t Hartte Amsterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten zijn in een civiele procedure tegen Delta Lloyd Bank N.V. in hoger beroep gekomen nadat de rechtbank hun schadevorderingen had afgewezen. In het kader van het hoger beroep verzochten zij het hof om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten van drie getuigen, met het oog op het verkrijgen van meer zekerheid over relevante feiten voor de hoofdzaak.
Het hof oordeelde dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde, omdat appellanten reeds hun memorie van grieven hadden ingediend en daardoor in beginsel geen nieuwe stellingen meer kunnen ontwikkelen. Tevens was niet gesteld of gebleken dat het getuigenverhoor noodzakelijk was om verlies van bewijs te voorkomen of om hun procespositie te bepalen.
Daarom wees het hof het verzoek af en veroordeelde appellanten in de proceskosten van Delta Lloyd. De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 16 april 2013.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens strijd met goede procesorde.