Uitspraak
mr. H. Loonstein, advocaat te Amsterdam,
mr. M. Kremer, advocaat te Groningen,
mr. H. Loonstein, advocaat te Amsterdam,
mr. M. Kremer, advocaat te Groningen.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster stelde een klacht in tegen twee notarissen over hun handelen met betrekking tot een overeenkomst van 23 maart 2010 en de daarop volgende akten van 1 april 2010. Zij betoogde dat de notarissen hun onderzoeksplicht hadden verzaakt en buiten de volmacht waren getreden. Het hof heeft de zaak in hoger beroep integraal opnieuw beoordeeld, waarbij alleen klachten in beschouwing zijn genomen die ook in eerste aanleg aan de orde waren.
Het hof oordeelde dat er geen aanknopingspunten zijn dat de notarissen hun onderzoeksplicht naar de wil van klaagster hebben verzaakt of onvoldoende op haar belangen hebben toegezien. De notarissen mochten de volmacht van 1 april 2010 redelijkerwijs zo interpreteren dat zij bevoegd waren om de overeenkomst van 23 maart 2010 geheel te effectueren, ook al werd melding gemaakt van een nog te ondertekenen onderhandse overeenkomst. Het argument dat de notarissen buiten de volmacht zouden zijn getreden wordt verworpen.
Daarnaast is vastgesteld dat klaagster niet ontvankelijk is in haar klacht over het opnemen van een andere hypotheekneemster dan in de overeenkomst vermeld, omdat dit onderdeel niet in eerste aanleg was ingebracht. Ook de klacht over de declaraties en urenspecificaties wordt ongegrond verklaard, aangezien de specificaties tijdig en meerdere malen zijn verstrekt en geen sprake is van tuchtrechtelijk laakbaar handelen.
De beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen wordt door het hof bevestigd, waarmee de klacht van klaagster ongegrond blijft. Het hof verklaart klaagster niet ontvankelijk in het nieuwe klachtonderdeel en bevestigt de eerdere beslissing.
Uitkomst: De klacht van klaagster tegen de notarissen wordt ongegrond verklaard en de eerdere beslissing bevestigd.