Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven;
- memorie van antwoord, met een productie.
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder van Mior Service Bodegraven B.V. op grond van artikel 2:248 BW Pro wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door te late deponering van de jaarrekening 2006. De curator vorderde aansprakelijkheid voor het boedeltekort, maar de rechtbank wees deze af. In hoger beroep betoogde de curator dat de bestuurder wel aansprakelijk was.
Het hof stelt vast dat de jaarrekening inderdaad te laat is gedeponeerd, wat een vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling en een belangrijke oorzaak van het faillissement oplevert. De bestuurder voerde echter aan dat andere feiten en omstandigheden, zoals de overdracht en opsplitsing van bedrijfsonderdelen en het gebrek aan investeringen door overnemers, de belangrijkste oorzaken waren.
Het hof oordeelt dat het vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling door te late deponering niet is weerlegd, maar dat de bestuurder aannemelijk heeft gemaakt dat deze taakvervulling niet de belangrijke oorzaak van het faillissement was. De curator kon onvoldoende aantonen dat het gedrag van de bestuurder in de laatste bestuursweken onbehoorlijk was. De curator werd veroordeeld in de kosten en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: De vorderingen van de curator worden afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.