Uitspraak
mr. H.M.G. Brunklauste Amsterdam,
mr. G.L. Breunessete Leusden.
Gerechtshof Amsterdam
Ymere is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter die de vordering tot ontruiming van een woning had afgewezen. De huurovereenkomst was gesloten in 2006, waarbij de huurder verplicht was de woning zelf te bewonen en niet zonder toestemming aan derden in gebruik te geven.
Uit onderzoek van medewerkers van Ymere en verklaringen van buren bleek dat de woning feitelijk werd bewoond door een vader en zoon, terwijl de huurder zelf elders woonde. De huurder voerde verweer met foto’s en verklaringen, maar deze waren onvoldoende concreet en overtuigend om het vermoeden van onderverhuur en niet-hoofdverblijf te weerleggen.
Het hof oordeelde dat Ymere voldoende aannemelijk had gemaakt dat de huurder de woning aan derden in gebruik had gegeven en er zelf niet woonde. Daarom werd het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en werd de huurder veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen, onder veroordeling in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder is veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen onder veroordeling in proceskosten.