Stichting Jaap Eden beëindigde de samenwerking met Duosport voor het geven van schaatslessen op de Jaap Eden IJsbaan en startte een aanbestedingsprocedure. Duosport weigerde in te schrijven vanwege afwijzing van het nieuwe samenwerkingsmodel. De voorzieningenrechter oordeelde dat Stichting Jaap Eden onrechtmatig handelde door de opdracht aan De Schaatsschool te gunnen en stond Duosport toe om op te komen tegen de gunningsbeslissing.
In hoger beroep stelde het hof vast dat Duosport geen rechtmatig belang heeft bij de gevorderde voorzieningen omdat de samenwerkingsovereenkomst rechtsgeldig was geëindigd en Duosport bewust afzag van deelname aan de aanbesteding. Het hof oordeelde dat het recht van Duosport is verwerkt en dat zij geen belang heeft bij een heraanbesteding of het voortzetten van de schaatslessen.
Ook Stichting Vrienden en de cursisten konden geen belang aantonen bij de gevorderde voorzieningen. Het hof vernietigde het tussenvonnis en wees de vorderingen van Duosport en Stichting Vrienden af, waarbij deze partijen werden veroordeeld in de kosten van beide instanties.