BFS is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in kort geding waarin zij werd afgewezen in haar vordering tot afgifte van een Hyundai i30 CW aan haar. BFS stelde dat zij op grond van een eigendomsvoorbehoud eigenaar was van het voertuig dat door [X] aan [geïntimeerde] was geleverd, terwijl [geïntimeerde] afgifte weigerde. De voorzieningenrechter oordeelde dat [X] bevoegd was tot levering ondanks het niet nakomen van terugbetalingsverplichtingen, waardoor BFS niet als eigenaar kon worden beschouwd.
In hoger beroep heeft BFS tien grieven geformuleerd, waaronder vernietiging van het vonnis en veroordeling van [geïntimeerde] tot afgifte van het voertuig. [geïntimeerde] heeft de grieven bestreden en bekrachtiging van het vonnis gevorderd. Tijdens het geding bleek dat er ook een bodemprocedure aanhangig was, waarin mogelijk eerder een eindvonnis zou worden gewezen dan het arrest in kort geding.
Het hof heeft daarom de zaak naar de rol verwezen om BFS in de gelegenheid te stellen een akte te nemen over de bodemprocedure, waarna [geïntimeerde] kan reageren. Iedere verdere beslissing is aangehouden. Het arrest is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2013.