Uitspraak
____________________________________________________________________ __ __
mr. H.F.K. Schulz, advocaat te Amsterdam,
mr. L. Hoogstad, advocaat te Veldhoven,
Gerechtshof Amsterdam
Tijdens een echtscheidingsprocedure maakte een gerechtsdeurwaarder in opdracht van de ex-echtgenoot van klaagster een proces-verbaal van constatering op in de gezamenlijke woning. Ondanks dat een huisgenoot de toegang weigerde, betrad de gerechtsdeurwaarder met vier anderen de woning, waarbij sloten werden geforceerd en de woning werd doorzocht. Ook werd een aankondiging van een openbare verkoop van klaagsters auto aan haar woning geplakt, wat onzorgvuldig werd bevonden.
Klaagster stelde dat de gerechtsdeurwaarder huisvredebreuk pleegde, onzorgvuldig handelde en haar goede naam schaadde door het aanplakken van het verkoopbiljet met onjuiste verwijzing naar artikel 187 Sr Pro. De gerechtsdeurwaarder voerde aan dat hij handelde in opdracht, dat de opdrachtgever mede-eigenaar was en toegang had tot de woning, en dat hij zich correct gedroeg, inclusief legitimatie.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder de opdracht tot constatering niet op deze wijze had mogen uitvoeren zonder instemming van klaagster. Hij had zich terughoudend moeten opstellen toen de toegang moeizaam verliep en had moeten voorkomen dat sloten werden geforceerd en de woning werd doorzocht. Ook was het aanplakken van het verkoopbiljet aan de woning onzorgvuldig en onrechtmatig. Hoewel de kamer een schorsing van een maand oplegde, achtte het hof een schorsing van twee weken passend gezien de ernst en het ontbreken van eerdere tuchtmaatregelen.
Uitkomst: De gerechtsdeurwaarder wordt geschorst voor twee weken wegens onzorgvuldig handelen bij woningbetreding en onrechtmatig aanplakken van een verkoopbiljet.