ECLI:NL:GHAMS:2013:2571
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen klacht over privégebruik zakelijk e-mailadres gerechtsdeurwaarder
Klaagster diende een klacht in tegen de gerechtsdeurwaarder omdat een kantoormedewerkster vanaf haar zakelijke e-mailadres een e-mail met een privébrief aan haar had verzonden. De klacht werd in eerste aanleg gegrond verklaard zonder oplegging van een maatregel. De gerechtsdeurwaarder stelde dat hij niet op de hoogte was van de verzending en dat er beleidsregels bestonden die privégebruik van e-mail op beperkte schaal toestonden.
In hoger beroep stelde het hof vast dat niet was gebleken dat de gerechtsdeurwaarder toestemming had gegeven voor het privégebruik. Uit de beleidsregels bleek dat privégebruik van e-mail beperkt was toegestaan mits zonder omvangrijke bijlagen. Deze regels waren sinds 2010 bekend binnen het kantoor en gepubliceerd op het intranet. Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder voldoende maatregelen had getroffen om oneigenlijk gebruik te voorkomen.
Daarmee was het privégebruik door de kantoormedewerkster niet tuchtrechtelijk aan de gerechtsdeurwaarder te verwijten. Het hof vernietigde de eerdere beslissing en verklaarde het klachtonderdeel ongegrond. De overige klachten, onder meer over de executie van een vonnis en beslaglegging, werden buiten beschouwing gelaten omdat deze niet tot het tuchtrecht behoorden.
Uitkomst: De klacht over het privégebruik van het zakelijke e-mailadres door de kantoormedewerkster is ongegrond verklaard en de eerdere beslissing vernietigd.