Uitspraak
mr. M.F.J. Martenste Den Bosch,
mr. A.R. Jaarsmate Vinkeveen.
Gerechtshof Amsterdam
Het geschil betreft een huurovereenkomst tussen partijen waarbij de huurder het bedrijfs- en woongedeelte van een pand huurde. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst, betaling van achterstallige huur, achterstallig automatengeld en een contractuele boete wegens het plaatsen van speelautomaten van derden zonder toestemming.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder huurachterstand had en onvoldoende had betwist dat hij nalatig was in de afdracht van de opbrengst van speelautomaten. De eis tot betaling van de contractuele boete werd afgewezen. In hoger beroep betoogde de huurder dat bijzondere omstandigheden, waaronder bedreigingen door de verhuurder, hem verhinderden de huur te voldoen, en dat hij de opbrengst van de speelautomaten niet kon afdragen omdat hij geen toegang had tot de automaten.
Het hof oordeelde dat de huurder onvoldoende had gesteld om bijzondere omstandigheden aannemelijk te maken die hem verhinderden de huur te betalen. Ook faalden zijn betwisting van de opbrengst en zijn verweer tegen de boete. De vordering tot betaling van de contractuele boete wordt alsnog toegewezen. Het hoger beroep van de huurder wordt afgewezen, het incidenteel hoger beroep van de verhuurder toegewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €19.950,- aan contractuele boetes met rente wegens het plaatsen van speelautomaten zonder toestemming.