Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. M.E. Zweerste Amsterdam,
mr. E. van der Hoedente Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond centraal of appellant zijn hoofdverblijf had in de gehuurde woning in Nederland, hetgeen relevant was voor de huurrechtelijke positie. De verhuurder, De Key, had voldoende bewijs geleverd dat appellant niet zijn hoofdverblijf in de woning had.
Appellant mocht tegenbewijs leveren en deed dit door het horen van meerdere familieleden als getuigen. Deze getuigenverklaringen waren echter niet eenduidig en boden onvoldoende duidelijkheid over de verblijfsduur van appellant in Nederland versus Marokko. Ook de wijze van huurbetaling was onduidelijk en niet logisch als appellant vooral in Nederland verbleef.
De verklaring van een buurvrouw, die appellant zelden zag maar wel de zoon en diens vriendin regelmatig, ondersteunde het standpunt van De Key. Het hof concludeerde dat appellant niet geslaagd was in het ontzenuwen van het bewijs van De Key en bekrachtigde daarom de eerdere vonnissen. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de eerdere vonnissen en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.