Uitspraak
mr. M. Koudstaalte Haarlem,
mr. J.D. Boonte Amsterdam.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter in een kort geding over vermogensbeheer waarbij aanzienlijke bedragen van vader naar zoon zijn overgeboekt. Appellant heeft vijftien grieven ingediend. Geïntimeerde vordert in een incident dat appellant zekerheid stelt voor de proceskosten die bij bekrachtiging van het vonnis kunnen worden opgelegd.
Het hof beoordeelt dat appellant, die geen woonplaats in Nederland heeft, op grond van artikel 224 lid 1 Rv Pro in beginsel verplicht is zekerheid te stellen voor proceskosten. Er is geen verdrag of EG-Verordening die deze verplichting uitsluit. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verhaal in Nederland mogelijk is, noch dat de zekerheidstelling de toegang tot de rechter onredelijk belemmert.
Het hof bepaalt de hoogte van de zekerheid op € 13.238,- en stelt dat deze binnen veertien dagen moet worden gesteld, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak. De hoofdzaak wordt niet aangehouden maar naar de rol verwezen voor het nemen van een memorie van antwoord door geïntimeerde. De beslissing over de proceskosten van het incident wordt aangehouden tot het eindarrest.
Uitkomst: Appellant moet binnen veertien dagen een bankgarantie van €13.238,- stellen voor proceskosten, op straffe van niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak.