Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
mr. Y.H. van Ballegooijente Breda,
Gerechtshof Amsterdam
De Vereniging van Eigenaars (VvE) heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam waarin zij werd veroordeeld tot betaling van achterstallige bijdragen, maar waarbij de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en toekomstige termijnen werd afgewezen.
De VvE stelde dat de vordering tot incassokosten en toekomstige bijdragen voortvloeit uit een overeenkomst, zodat artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten van toepassing zijn. Het hof oordeelde dat deze vordering inderdaad als een vordering uit overeenkomst moet worden beschouwd, omdat lidmaatschap van de VvE de lid bindt aan de bijdrageregeling.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de vordering tot betaling van toekomstige termijnen betrof en wees deze toe vanwege de reële vrees dat de lid haar verplichtingen niet vrijwillig zal nakomen. De vordering tot incassokosten werd echter niet toegewezen omdat de VvE geen grief had gericht tegen het oordeel dat niet aan de wettelijke eisen was voldaan.
Verder werd de VvE in de gelegenheid gesteld haar vordering te beperken tot bedragen waarvoor nog geen veroordeling bestond en om opheldering te geven over vermeende dubbele incassokosten. De verdere beslissing werd aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot betaling van toekomstige termijnen wordt toegewezen, de rest van het vonnis wordt bekrachtigd en verdere beslissing wordt aangehouden.