AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beoordeling kosten slotenmaker bij beslaglegging zonder werkzaamheden
In deze civiele zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders, waarin een klacht van een schuldenaar tegen een gerechtsdeurwaarder gegrond werd verklaard. De klacht betrof de in rekening gebrachte kosten van een slotenmaker tijdens een beslaglegging op roerende zaken, terwijl er geen werkzaamheden door de slotenmaker waren verricht en vrijwillige toegang tot de woning was verleend.
De gerechtsdeurwaarder stelde dat de aanwezigheid van de slotenmaker noodzakelijk en efficiënt was, ook al waren er geen werkzaamheden verricht, en dat de kosten daarom terecht aan de schuldenaar waren doorberekend. Het hof oordeelde echter dat volgens artikel 9 lid 1 BTAGPro alleen kosten die noodzakelijk zijn voor de goede verrichting van de ambtshandeling mogen worden doorberekend. De aanwezigheid van een slotenmaker zonder daadwerkelijke actie valt hier niet onder.
Het hof bevestigde de eerdere beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders en legde een berisping op aan de gerechtsdeurwaarder. De kosten voor de aanwezigheid van de slotenmaker mochten niet aan de schuldenaar worden doorberekend, ongeacht of de slotenmaker daadwerkelijk aanwezig was tijdens de beslaglegging.
Uitkomst: De kosten voor de aanwezigheid van een slotenmaker zonder werkzaamheden mogen niet aan de schuldenaar worden doorberekend.
Van de zijde van appellant, verder de gerechtsdeurwaarder, is bij een op 3 april 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beschikking van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, verder de kamer, van 19 februari 2013, verzonden op 19 maart 2013. Bij die beschikking heeft de kamer de door geïntimeerde, verder klager, tegen de gerechtsdeurwaarder ingediende klacht gegrond verklaard en aan de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd.
1.2.
Het hoger beroep is behandeld ter openbare zitting van 6 juni 2013.
Klager, de gerechtsdeurwaarder en diens gemachtigde zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd.
2.De stukken van het geding
Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.
3.De feiten
Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beschikking heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat het hof ook van die feiten uitgaat.
4.Het standpunt van klager
Klager beklaagt zich erover dat de gerechtsdeurwaarder in het kader van beslaglegging op zijn inboedel op 14 februari 2012 naast explootkosten een bedrag van € 47,00 voor kosten van een slotenmaker in rekening heeft gebracht. Bij de beslaglegging op de roerende zaken van klager is door de huisgenote van klager aan de gerechtsdeurwaarder vrijwillig toegang tot de woning verleend. Er zijn in het geheel geen werkzaamheden door een slotenmaker verricht. Bovendien, zo stelt klager, is bij de beslaglegging geen slotenmaker aanwezig geweest.
5.Het standpunt van de gerechtsdeurwaarder
5.1.
De kamer heeft ten onrechte overwogen dat slechts kosten van een slotenmaker in rekening mogen worden gebracht, als een eerdere beslagpoging is mislukt en na aankondiging dat bij een volgende beslagactie een slotenmaker zal worden ingeschakeld.
5.2.
De gerechtsdeurwaarder heeft aangevoerd dat er bij de beslaglegging wel degelijk een slotenmaker aanwezig was. Weliswaar heeft de slotenmaker geen werkzaamheden aan het slot van de woning van klager uitgevoerd, maar deze heeft wel kosten gemaakt om aanwezig te zijn, te weten voorrijkosten en reserveringskosten.
5.3.
De gerechtsdeurwaarder stelt dat hij deze kosten terecht bij klager in rekening heeft gebracht. Hij laat zich op een beslagroute altijd vergezellen van een slotenmaker. Bijstand van een slotenmaker bij een beslagroute is volgens hem ook bij een eerste beslagpoging efficiënt en noodzakelijk: indien de schuldenaar niet vrijwillig toegang tot de woning verschaft kan de slotenmaker direct het slot van de deur openen en hoeft de beslaglegging niet te worden uitgesteld totdat de slotenmaker ter plaatse aanwezig kan zijn.
6.De beoordeling
6.1.
Vast staat dat er bij gelegenheid van de beslaglegging op 14 februari 2012 geen werkzaamheden aan het slot van de woning van klager zijn uitgevoerd door een slotenmaker. De huisgenote van klager heeft de gerechtsdeurwaarder toegang tot de woning verschaft. Aan het hof staat ter beoordeling of de gerechtsdeurwaarder op grond van het bepaalde in het Besluit Tarieven Ambtshandelingen Gerechtsdeurwaarder (BTAG) aan klager kosten in rekening mocht brengen voor de aanwezigheid van de slotenmaker. Het hof overweegt daartoe het volgende.
6.2.
De gerechtsdeurwaarder heeft terecht aangevoerd dat de kamer in haar beslissing ten onrechte – onder verwijzing naar artikel 8 lid 2 BTAGPro – heeft overwogen dat kosten van een slotenmaker slechts mogen worden (door)berekend, als een eerdere beslagpoging is mislukt en de komst van een slotenmaker aan de schuldenaar is aangekondigd. Bedoeld artikellid ziet op de verhoging van de kosten van (het proces-verbaal van) de beslaglegging zelf. Het gaat in deze zaak echter om de door de gerechtsdeurwaarder gemaakte verschotten.
6.3.
Ingevolge artikel 9 lid 1 aanhefPro en onder a van het BTAG worden de kosten die een gerechtsdeurwaarder voor zijn ambtshandelingen mag doorberekenen verhoogd met de door de gerechtsdeurwaarder gemaakte verschotten, voor zover het doen en het beloop van die verschotten voor de goede verrichting van de ambtshandeling noodzakelijk waren.
Wat er ook zij van de stelling van de gerechtsdeurwaarder dat preventieve bijstand van een slotenmaker bij een beslagroute efficiënt is, dat betekent nog niet dat de daaraan verbonden kosten noodzakelijk zijn. Als een deurwaarder ervoor kiest zich op een beslagroute door een slotenmaker te laten vergezellen, zal hij de daaraan verbonden kosten zelf moeten dragen indien de slotenmaker niet in actie behoeft te komen. In een dergelijk geval kan de gerechtsdeurwaarder de aan de aanwezigheid van een slotenmaker verbonden kosten niet bij een schuldenaar in rekening brengen. Of de slotenmaker al dan niet bij de beslaglegging op 14 februari 2012 aanwezig is geweest, kan dan verder in het midden blijven.
6.4.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de klacht gegrond is. Het hof acht de maatregel van berisping passend en geboden.
6.5.
Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.
6.6.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.
7.De beslissing
Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing, onder verbetering van de gronden.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, A.M.A. Verscheure en L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 27 augustus 2013 door de rolraadsheer.