Uitspraak
mr. G. Meijerste Amsterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter van de vierde meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam, mr. M. Jurgens, op grond van diens eerdere werkzaamheden bij het advocatenkantoor van de raadsman van verzoeker en het vermeende vooringenomen oordeel in de onderliggende strafzaak.
Het wrakingsverzoek is mondeling gedaan tijdens een openbare behandeling en nader toegelicht door verzoekers raadsman. De voorzitter heeft het verzoek betwist. Het hof heeft het verzoek openbaar behandeld en de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing.
Het hof overweegt dat de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid opleveren. De enkele feitelijkheid dat de voorzitter in het verleden bij hetzelfde advocatenkantoor werkte en mogelijk kennis had van de zaak van verzoeker tijdens lunchbijeenkomsten is onvoldoende zwaarwegend, mede gelet op het aanzienlijke tijdsverloop.
Ook het feit dat de voorzitter en de kamer een verzoek tot het horen van getuigen in de strafzaak hebben afgewezen, vormt geen grond voor wraking. Het hof concludeert dat geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die de onpartijdigheid van de voorzitter aantasten en wijst het wrakingsverzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de strafkamer wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.