ECLI:NL:GHAMS:2013:2779
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nietigverklaring derdenbeslag wegens onjuiste betekening
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het derdenbeslag dat op zijn AOW-uitkeringen was gelegd ongeldig is omdat het exploot niet aan het juiste kantoor van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) was betekend. Het beslagexploot was betekend aan het kantoor van SVB te Nijmegen, terwijl appellant stelde dat betekening had moeten plaatsvinden aan het hoofdkantoor in Amstelveen of het kantoor te Rotterdam waar hij onder viel.
De rechtbank had de vordering afgewezen omdat niet was gebleken dat SVB door de betekening aan het verkeerde kantoor onredelijk was benadeeld, zoals vereist volgens artikel 66 Rv Pro in samenhang met artikel 49 Rv Pro. Appellant voerde in hoger beroep twee grieven aan: ten eerste dat hij zelf onredelijk was benadeeld doordat hij lange tijd onbekend bleef met het beslag en daardoor bepaalde wettelijke rechten niet kon uitoefenen, en ten tweede dat de onderliggende beschikkingen waarop het beslag was gebaseerd niet geldig aan hem waren betekend.
Het hof verwierp beide grieven. Het wettelijke criterium voor nietigheid ziet op het nadeel van degene voor wie het exploot bestemd is (hier SVB), niet op het nadeel van degene ten laste van wie het beslag is gelegd. SVB had geen nadeel ondervonden en appellant had dit niet aannemelijk gemaakt. Daarnaast was het niet aan SVB om de geldigheid van de onderliggende beschikkingen te toetsen; haar taak was slechts uitvoering te geven aan het beslag. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot nietigverklaring van het derdenbeslag af.