Uitspraak
Het standpunt van de verdachte
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het oordeel van het hof
- Op 7 augustus 2006 heeft de uitvoerende justitiële autoriteit in Spanje op grond van een daartoe strekkend Europees Aanhoudingsbevel van de officier van justitie van 4 juni 2004 de overlevering van de verdachte ter fine van de executie van een onherroepelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaar toegestaan. De verdachte is op 14 augustus 2006 feitelijk overgeleverd;
- In het bestek van de in de zaaksdossiers “Cobra”, “Indiana” en “Tanta” gerelateerde feiten en omstandigheden heeft de officier van justitie op respectievelijk 1 maart 2007, 5 maart 2007 en 9 maart 2007 een vordering tot het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek gedaan;
- Ten aanzien van de verdachte zijn ter zake van de in het zaaksdossier “Cobra” verantwoorde onderzoeksresultaten van 30 oktober 2007 tot 13 november 2007 vrijheidsbenemende dwangmiddelen toegepast;
- De verdachte is in dit kader op 1 november 2007 voorgeleid aan de rechter-commissaris ten einde te worden gehoord en ter toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling, alsmede ter beoordeling van de vordering tot inbewaringstelling;
- Ten aanzien van de in het zaaksdossier “Tanta” verantwoorde onderzoeksresultaten zijn van 19 februari 2008 tot en met heden vrijheidsbenemende dwangmiddelen toegepast;
- De verdachte is in het kader van zaaksdossier “Tanta” op 22 februari 2008 voorgeleid aan de rechter-commissaris. Op 4 maart 2008 heeft de raadkamer van de rechtbank Amsterdam de gevangenhouding van de verdachte bevolen voor de duur van negentig dagen. Namens de verdachte is tegen die beslissing een rechtsmiddel ingesteld. Het gerechtshof Amsterdam heeft het beroep van de verdachte op 29 april 2008 ongegrond verklaard;
- Op 15 mei 2008 is de inleidende dagvaarding ter zake zaakdossiers “Tanta”, “Cobra, “Opa” en “Indiana” – kortgezegd: de “Passagezaak” – uitgebracht en op diezelfde dag aan de verdachte betekend;
- Op zowel 28 november 2008 als 19 januari 2009 is een aanvullend Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd, ten einde aanvullende toestemming te verkrijgen voor de vervolging van de verdachte in de “Passagezaak”;
- De Spaanse uitvoerende justitiële autoriteit heeft op 30 januari 2009 aanvullende toestemming verleend voor verdachtes vervolging in de “Passagezaak”;
- Namens de verdachte is op 26 juli 2010 in Spanje een buitengewoon rechtsmiddel ingesteld tegen die beslissing tot verlening van aanvullende toestemming;
- het Spaans Constitutioneel Hof heeft bij arrest van 5 februari 2012 die beslissing tot verlenen van aanvullende toestemming nietig verklaard, omdat verzuimd was de verdachte te horen;
- Op 11 april 2012 heeft de bevoegde Spaanse justitiële autoriteit – nadat de verdachte alsnog in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord – nogmaals aanvullende toestemming verleend voor de overlevering van de verdachte in verband met, kort gezegd, de “Passagefeiten”;
- De verdediging heeft in de gedingfase in eerste aanleg op respectievelijk 16 februari 2009, 2 februari 2012 en 4 juni 2012 verweer gevoerd omtrent de overlevering van de verdachte en in het verlengde daarvan verzocht het openbaar ministerie integraal althans partieel niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging en de voorlopige hechtenis van de verdachte op te heffen. Namens de verdachte is een rechtsmiddel ingesteld tegen de tussenbeslissing van de rechtbank Amsterdam van 2 februari 2012, strekkende tot afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Het hof heeft de verdachte bij beschikking van 12 maart 2012 niet-ontvankelijk verklaard in dit hoger beroep.