Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Inleiding
4.Voorvragen
(onder meer) een of meer (grote) geldbedrag(en).Deze geldbedragen zijn vervolgens onderverdeeld in twee categorieën, te weten:
een of meer (grote) geldbedrag(en)als voor de concreet met bedragen aangeduide money transfers de beschuldiging onduidelijk maakt.
- of de bestanddelen van het strafbare feit, volgens de wettelijke omschrijving die in de uitvaardigende lidstaat daarvan is gegeven, die zijn waarvoor de persoon is overgeleverd en
- of er voldoende overeenstemming is tussen de gegevens in het aanhoudingsbevel en de gegevens in de latere procedurele handeling
- zij volgen uit de elementen die zijn verzameld tijdens de procedure die in de uitvaardigende lidstaat is gevolgd met betrekking tot de in het aanhoudingsbevel omschreven gedragingen,
- zij de aard van het strafbare feit niet wijzigen en
- zij niet leiden tot gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging in de zin van de artikelen 3 en 4 van het KEAB.
5.Waardering van het bewijs
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf
De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben. Alles afwegende zal de rechtbank de straf met 40 % matigen.
€ 61.200, -
€ 10.000, -immateriële schadevergoeding toewijsbaar. Het bewezenverklaarde brengt mee dat zij op grove wijze is aangetast in haar lichamelijke en geestelijke integriteit. De rechtbank acht aannemelijk dat zij hiervan de gevolgen heeft ondervonden en nog ondervindt. De rechtbank acht het genoemde bedrag naar maatstaven van billijkheid als geleden schade van immateriële aard toewijsbaar. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen wat in vergelijkbare zaken is toegewezen.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
22 maanden.
€ 71.200, -(eenenzeventigduizend tweehonderd euro), bestaande uit € 61.200, - (eenenzestigduizend tweehonderd euro) materiële schadevergoeding en € 10.000, - (tienduizend euro) immateriële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 71.200, -(eenenzeventigduizend tweehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 355 dagen, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.