Uitspraak
mr. S.L. Knolste Utrecht,
mr. E.S. de Bockte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
– uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.
2.Feiten
3.Beoordeling
€ 17.590,13 bruto en met buitengerechtelijke incassokosten.
Gerechtshof Amsterdam
De appellant was van september 2009 tot januari 2012 in dienst bij Fiat als sales manager en brand country manager. Zijn arbeidsovereenkomst werd ontbonden met een vergoeding van €20.000. De arbeidsovereenkomst bevatte een bonusregeling gebaseerd op 25% van het jaarsalaris, afhankelijk van individuele en organisatieprestaties.
Over 2009 en 2010 ontving appellant een bonus conform de PLM-bonusregeling, die rekening houdt met persoonlijke prestaties en die van de Fiat-groep. Over 2011 werd geen bonus toegekend vanwege negatieve groepsresultaten in de regio EMEA. Appellant vorderde alsnog betaling van een bonus over 2011, wat door de rechtbank werd afgewezen.
Het hof bevestigt dat de bonusregeling afhankelijk is van meerdere variabelen en dat appellant geen recht heeft op een bonus over 2011 omdat de PLM-regeling geen toekenning voorzag. Ook het beroep op een kwartaalbonus wordt verworpen wegens gebrek aan bewijs. De vordering wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een bonus over 2011 wordt afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.